Het is er weer de tijd van het jaar voor: klagen dat ’s morgens het daglicht langer op zich laat wachten en het ’s avonds alweer zo vroeg donker wordt. Ja mensen, het licht wordt gedimd en de dagen worden korter. Althans, de dagen worden niet korter maar de uren dat ze gepaard gaan met daglicht worden minder. Al vanaf 22 juni is dit proces zeer langzaam in gang gezet, maar nu gaat het met sprongen achteruit – of vooruit, het is maar net hoe je het bekijkt.

Ik kan er ook wat weemoedig van worden. Zoals zoveel mensen ben ik ook vrij gevoelig voor de donkere dagen. Somberheid en depressies liggen op de loer door een tekort aan daglicht.

Dit jaar heb ik echter besloten om me er niet door in de luren te laten leggen. In tegenstelling tot volwassenen, staan weinig kinderen stil bij de kortere dagen die in het verschiet liggen. Als kind hield ik me er in ieder geval totaal niet mee bezig. De dagen kwamen en gingen en ik onderging ze gewoon. Ik leefde in het toenmalige nu en dat was het. En volgens mij is dat de beste remedie: er domweg mee dealen en niet teveel over nadenken.

Ik zie de voordelen er maar van in: geen angst om met zweetplekken in mijn t-shirt gesignaleerd te worden nu het onherroepelijk kouder gaat worden de komende maanden. Tegen de kou kun je je tenslotte kleden. Als het echter 30 graden is, kun je met goed fatsoen op een gegeven moment niets meer uittrekken om niet als potloodventer versleten te worden (wat is trouwens de vrouwelijke variant van potloodventer? Volgens mij bestaat dat niet maar ik zou opteren voor het woord puntenslijperverkoopster). Enfin, de herfst- en wintermaanden bieden bij uitstek de mogelijkheid om lekker met een boek opgekruld op de bank te zitten. Kop thee erbij, kaarsjes aan en genieten maar. Er liggen vast ook nog dvd’s te wachten om bekeken te worden. Of wat misschien nóg beter is, doe gewoon wat je in de zomermaanden ook doet en sta er niet teveel bij stil dat je het doet bij lamplicht in plaats van zonlicht. Gelukkig heeft niemand van ons de mogelijkheid om aan de dimmer te draaien die in overdrachtelijke zin op de zon zit. De één zou een ferme draai aan de knop geven terug naar de zomer, de eskimo’s onder ons zouden doordraaien naar hartje winter. Het is maar goed dat de seizoenen allemaal hun plekje onder de zon hebben. Ze zijn nodig voor een natuurlijk evenwicht en hebben zo hun eigen charme. En het goede nieuws is dat we er niets voor hoeven te doen; het seizoen van onze voorkeur schuift vanzelf weer voorbij. Maar tót de wintertijd ingaat op 25 oktober ga ik in ieder geval genieten van iedere minuut daglicht die me toestraalt!