Als ik er ergens een hekel aan heb dan is het dingen moeten. Vooral dingen waarvan niemand weet waarom het moet, maar omdat het de gewoonte is ‘hoort’ het zo. Ik doe er – als het even kan – niet aan mee. Koffie leren drinken? Nee dank je. Ik vind het gewoon niet lekker. Wat zou ik moeten leren… een vieze smaak negeren? Idem dito als het aankomt op wijn. Dapper heb ik wel eens pogingen ondernomen om beide dranken te drinken maar ik krijg het niet weg zonder een heel vies gezicht te trekken. Wat dat betreft scheel ik niet veel met de babygezichtjes die wegtrekken als ze voor het eerst een ondefinieerbaar prutje voorgeschoteld krijgen. Uiteraard zijn er tal van terreinen waarop je geacht wordt dingen te moeten. Netjes gekleed gaan naar je werk. Je gezicht moeten laten zien op feesten en partijen ook al heb je er geen zin in. Met Kerst opdraven aan de feestdis. Het is een eindeloze rij die ieder voor zichzelf aan kan vullen. Ik probeer echter altijd een keuze te maken en stil te staan bij de vraag wat ík wil. Als ik ergens echt niet onderuit kan, dan probeer ik wel een compromis te vinden waar ik mee kan leven. Heb ik de pech dat ik er níet mee kan leven omdat ik dan teveel concessies moet doen die niet bij mij passen, dan zal ik datgene wat moet eerder niet dan wel doen.
Naast een hekel hebben aan dingen moeten, heb ik ook een broertje dood aan verwachtingen. Verwachtingen, voor je het weet wordt je leven erdoor bepaald. Mensen hebben zoveel verwachtingen van elkaar. Dat begint al als je klein bent: ‘Wat wil jij worden als je later groot bent?’ Of: ‘Heb je al een vriendje?’ En mocht je dan een partner hebben, rijst vervolgens de vraag wanneer er getrouwd gaat worden. Is die bruiloft eenmaal gevierd, dan wordt er reikhalzend uitgekeken naar nageslacht. ‘Zijn jullie nog niet zwanger?’ Wanneer er uiteindelijk een nakomeling met pijn en moeite is uitgeperst, wordt na 1 à 2 jaar geopperd dat het wel leuk zou zijn als hij of zij een broertje of zusje krijgt. Zodra de luiers opgeborgen zijn en de kinderen naar school gaan, begint ook bij hen alweer het ritueel van vooraf aan. ‘Wat wil je later worden…’ enzovoort. Als ouder krijg je ook alle vragen weer op je afgevuurd. Alleen ben je nu niet zelf het lijdend voorwerp van alle verwachtingen, maar betreft het je kind. ‘Worden jullie nog geen opa en oma?’ en ga zo maar door. Je wordt er simpel van.
Gelukkig heb ik er zelf niet zoveel last van. Ik leef niet bepaald een laat ik zeggen, conventioneel leven. De kindervraag gaat grotendeels aan me voorbij. Dat houdt automatisch in dat ik ook geen vragen zal gaan krijgen over kleinkinderen. En met het ontbreken van nageslacht, houdt bij mij dan ook het spervuur aan verwachtingsvolle vragen op. Ben ik er rouwig om? Totaal niet. Bij mij gaat de vlag uit. Vanwege de geboorte van een leven zónder verwachtingen.
Zie ook http://www.wuz.nl/artikel/30962.Vol%20verwachting.html en stem!